Leerlingenzorg

De wijze waarop het dagelijkse werk van kinderen wordt bekeken en beoordeeld en de middelen die worden gebruikt om vorderingen van leerlingen te verzame-len, noemen we het leerlingvolg-systeem.

 

5.1. Algemeen

 

Van iedere leerling worden jaarlijks de vorderingen bijgehouden. Hierbij worden gegevens bewaard zoals: over het gezin, de leerlingenbesprekingen, gesprekken met ouders, speciale onderzoeken, handelingsplannen en toets- en rapportgegevens van de verschillende jaren. Op onze school is een leerkracht vrij geroosterd, die deze gegevens coördineert. Dit is de interne leerlingbegeleider (IB er); hij of zij probeert ervoor te zorgen dat de schoolloopbaan van elk kind zo goed mogelijk verloopt.

Na een toetsperiode bespreken de Intern Begeleider, de directie en de leerkrachten de groepsresultaten.

 

We volgen de resultaten van de leerlingen zo goed mogelijk. Dat is ten eerste de taak van de leerkracht; deze maakt uw kind immers mee in de klas. De leerkracht voert de administratie. Deze administratie is gericht op het leren van uw kind, maar de leerkracht let er ook op of uw kind zich prettig voelt in de groep. Het is de taak van de leerkracht om regel-matig uw kind te observeren. Daarbij worden incidenteel observatielijsten gebruikt.

 

Om de zorg voor alle leerlingen zo goed mogelijk te realiseren, vinden wij het belangrijk dat de vorderingen nauwkeurig en systematisch worden gevolgd. Om de leer- en/of gedragsproblemen te kunnen signaleren wordt gebruik gemaakt van zowel methodegebonden als landelijk genormeerde toetsen van het CITO (Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling). Deze toetsen worden volgens de toetskalender afgenomen, wat neerkomt op twee à drie keer per schooljaar. De leerkracht en/of de administratie verwerkt de toetsresultaten in een groepsoverzicht.

 

5.2. De Cito-toetsen

 

Wij werken met behulp van methode-gebonden toetsen en Citotoetsen:

De Citotoetsen zijn:

  1. Taal voor Kleuters en Rekenen in de groepen 1 en 2

  2. Vanaf groep 3 toetsen voor Technisch Lezen, Rekenen en Wiskunde, Begrijpend Lezen, Woordenschat en Spelling

  3. Het derde en vijfde groepsonderzoek in de groepen drie en vijf; hiervoor wordt schriftelijk om uw toestemming gevraagd.

  4. in groep 7 de CITO-Entreetoets

  5. in groep 8 de CITO-Eindtoets

In groep 2 bekijkt de leerkracht met behulp van de toetsresutaten en observaties of de kleuters de nodige begrippen beheersen. In geval van twijfel kan er voor de betreffende kleuter(s) een leervoorwaardenonderzoek aangevraagd bij het HCO. Wij hanteren een protocol voor de overgang naar groep 3, wat u bij een rapportbespreking of inschrijving wordt uitgereikt. Voor de meeste leerlingen in groep 2 is overgaan naar groep 3 een normale zaak, maar het is geen automatisme, dat alle leerlingen van groep 2 over gaan naar groep 3. Het kan wel eens noodzakelijk zijn dat uw kind nog een extra jaar groep 2 doet. Verschillende factoren zijn hiervoor bepalend, beschreven in het protocol.

 

Wanneer dat voor uw kind aan de orde zal zijn, wordt ruimschoots voor het nieuwe

schooljaar contact met u opgenomen om daarover van gedachten te wisselen met de

leerkracht van uw kind.De eindbeslissing over de overgang van een kind ligt altijd bij de directie.

 

In groep 3 wordt door de leerkracht in januari en in groep 5 in het voorjaar een klassikale toets afgenomen (het derde of vijfde-groepsonderzoek). Hiervoor worden de ouders om toestemming gevraagd. U kunt ook aangeven, dat de resultaten met u besproken zullen worden.

 

Vanaf groep 3 worden er twee/drie keer per jaar toetsen afgenomen op het gebied van lezen, spelling en rekenen. De bedoeling hiervan is na te gaan of er mogelijke problemen zijn in de vorderingen of dat een kind b.v. onder of boven zijn/haar niveau werkt.

 

Voor deze testen en observaties wordt niet speciaal om toestemming gevraagd!

Tijdens het rapport ontvangt u een overzicht van alle Cito-toetsresultaten.

 

In groep 8 wordt CITO eindtoets afgenomen om een realistisch advies te geven voor het voortgezet onderwijs. De afname van deze toets vindt medio april plaats. Dit onderzoek is verplicht om toegelaten te worden op de scholen voor voortgezet onderwijs met minimaal VMBO theoretische leerweg. De school organiseert in het begin van het nieuwe schooljaar een voorlichtingsavond over de Cito-toets en de procedure tot plaatsing op het Voortgezet Onderwijs.

 

Soms vormen het gedrag, de prestaties of de uitslagen van de toetsen aanleiding om maatregelen te nemen. Dit kan zowel een individuele leerling als een gehele groep betreffen. Er kan dan extra hulp worden gegeven, zowel binnen als buiten de groep.

 

5.3. Intern-Begeleider

 

De interne begeleider verricht coördinerende of ondersteunende taken naar de collega’s.

De volgende taken kunnen hierbij onderscheiden worden:

 

  1. het opzetten van groeps- en leerlingenbesprekingen

  2. het opzetten van een leerlingvolgsysteem

  3. het begeleiden van de groepsleerkracht bij het analyseren van toets- en observatiegegevens

  4. het begeleiden van de groepsleerkrachten bij het maken van groepsplannen of individuele handelingsplannen

  5. het opzetten en onderhouden van de orthotheek. Dit is een verzameling leer- en hulpmiddelen, die gebruikt wordt bij de begeleiding van kinderen die extra hulp nodig hebben

  6. het bewaken van de gemaakte afspraken met betrekking tot zorg.

 

Een aantal leerkrachten of onderwijs ondersteunend personeel (oop) zonder groep, helpt bij het oplossen van leerproblemen. Ze beginnen altijd met een onderzoek om vast te stellen wat het niveau van het kind is. Van daaruit wordt een handelingsplan opgesteld. Dit handelingsplan wordt in principe door de groepsleerkracht uitgevoerd. Een leerkracht of oop-er ondersteunt hierin. Ouders worden door de groepsleerkracht op de hoogte gesteld van de start en de resultaten van het handelingsplan.

 

5.4.School Ondersteunings Commissie{SOC}

 

Aanhoudende en speciale problemen worden besproken in de School Ondersteunings Commissie {SOC}, voorheen Interne Zorgcommissie. Deze commissie bestaat uit de volgende personen:

 

  1. Schoolmaatschappelijk werkster

  2. Schoolpsycholoog (HCO)

  3. Directeur

  4. Intern Begeleider

  5. Groepsleerkracht

  6. De Schoolarts

  7. Adviseur SPPOH[ zie Passend Onderwijs5.5 }

 

Ouders worden door de groepsleerkracht ingelicht/uitgenodigd over de besprekingen in de SOC.Ook vragen wij toestemming om hun kind in de SOC te mogen bespreken

 

 

5.5. Stichting Passend Primair Onderwijs Haaglanden

 

Naar aanleiding van de SOC bespreking, kunnen wij advies gaan vragen, hoe wij als school nog beter kunnen inspelen op de problematiek.Hiervoor kan een individueel arrengement of toelaatbaarheidsverklaring worden aangevraagd door de school, conform de nieuwe wet Passend Onderwijs.

 

Over Passend Onderwijs is al eerder veel gezegd en geschreven. {zie ook 1.1 en 1.4 } Toch is lang niet voor iedereen duidelijk wat er met Passend Onderwijs bedoeld wordt, wat er op 1 augustus 2014 verandert en wat er niet verandert. Hier volgt een beknopte uitleg.

 

Passend Onderwijs is de uitwerking van de wet die op 1 augustus 2014 van kracht is en bepaalt dat scholen (formeel de schoolbesturen) ervoor verantwoordelijk zijn dat elke leerling die bij hen op school zit of wordt aangemeld, een passende onderwijsplek krijgt. Dat kan op de eigen school zijn of op een van de andere scholen binnen het samenwerkingsverband (zorgplicht).

 

Indien de school waarop de leerling zit of is aangemeld, dat onderwijs kan verzorgen, en dat is in bijna 95% het geval, dan verandert er niets en merkt de leerling weinig of geen verandering. Leerling en school passen goed bij elkaar. De school biedt “basisondersteuning” en de leerling heeft daar voldoende aan. Basisondersteuning is de ondersteuning die elke school in het samenwerkingsverband minimaal kan bieden.

 

Een samenwerkingsverband is een organisatie die de samenwerking tussen alle basisscholen, scholen voor speciaal onderwijs en scholen voor speciaal basisonderwijs binnen een bepaald gebied organiseert.

Onze school is aangesloten bij het samenwerkingsverband Stichting Passend Primair Onderwijs Haaglanden (SPPOH). Het gebied omvat heel Den Haag, Leidschendam–Voorburg en Rijswijk.

 

Ongeveer 1 op de 20 leerlingen in ons samenwerkingsverband heeft niet genoeg aan basisondersteuning en is aangewezen op een vorm van extra ondersteuning. Vaak kan die extra ondersteuning gegeven worden op de school waar de leerling zit of wordt aangemeld. De school bepaalt in overleg met de ouders hoe die ondersteuning het beste kan worden gegeven en vraagt daarvoor extra middelen aan bij SPPOH.

 

Soms is het niet haalbaar om de extra ondersteuning op de eigen school te organiseren en wordt er voor de leerling een lesplaats in het speciaal (basis-) onderwijs of op een ander basisschool georganiseerd.

 

De leerlingen die meer ondersteuning nodig hebben dan de basisondersteuning gaan dus wel iets merken van de invoer van Passend Onderwijs.

 

Wat verandert er:

  1. Door de invoering van de zorgplicht krijgt de school /schooldirecteur, meer nog dan nu (eind-) verantwoordelijk voor de leerling zorg. De directeur wordt bij het vervullen van de zorgplicht ondersteund door de intern begeleider van de school, een adviseur van SPPOH en een schoolmaatschappelijk werker die, indien nodig, korte lijnen heeft met de jeugdhulpverlening.

  2. De rugzak verdwijnt. Omdat extra ondersteuning op basis van de ondersteuningsbehoefte van de betreffende leerlingen uniek is, en elke aanvraag daarom anders zal zijn, spreken we voortaan van een “arrangement”. We arrangeren als het ware iets dat speciaal voor dit specifieke kind nodig is.

  3. Het speciaal onderwijs en het speciaal basisonderwijs blijven gewoon bestaan. Er zijn echter niet meer verschillende verwijsprocedures bij verschillende instanties. Alle aanvragen voor een lesplaats op een school voor speciaal (basis-) onderwijs lopen via SPPOH waar een team van deskundigen (expertiseteam) de aanvragen voor een lesplaats beoordeelt. Bij een positieve beoordeling geeft SPPOH een “toelaatbaarheidsverklaring” af.

  4. SPPOH heeft de samenwerking van de scholen georganiseerd in tien kleinere werkgebieden: acht stadsdelen en de gemeentes Leidschendam-Voorburg en Rijswijk. Binnen die werkgebieden werken de scholen onderling samen en vindt nauwe samenwerking met de Centra voor Jeugd en Gezin plaats. In elk werkgebied is een school voor speciaal basisonderwijs.

  5. SPPOH probeert extra ondersteuning zoveel mogelijk in de eigen omgeving van de leerlingen te organiseren.

  6. Passend Onderwijs gaat uit van handelingsgericht werken. Dat betekent concreet dat er meer gekeken gaat worden naar de mogelijkheden van de leerlingen dan naar de belemmeringen. Bij handelingsgericht werken willen we antwoorden vinden op de volgende vragen: Welk doel willen we met deze leerling bereiken? Wat is daarvoor nodig? Hoe gaan we dat organiseren? Wie gaat dat doen? Waar gaan we dat organiseren?

  7. Het is de bedoeling dat ouders en school als partners samenwerken indien het gaat om de zorg of extra ondersteuning rond een leerling.

  8. Elke school heeft een schoolondersteuningsprofiel. In dit profiel beschrijft de school welke extra ondersteuning de school wel en niet kan bieden. U kunt dit profiel {een samenvatting van dit profiel} inzien op school.

 

Voor meer en uitgebreide informatie over Passend Onderwijs verwijzen wij u naar de volgende websites:

www.sppoh.nl

Stichting Passend Primair Onderwijs Haaglanden (SPPOH)

Het samenwerkingsverband waar onze school toe hoort met veel actuele informatie over Passend Onderwijs specifiek voor onze regio.

www.passendonderwijs.nl

Het centrale informatiepunt voor de implementatie van passend onderwijs van het ministerie van OCW.

www.steunpuntpassendonderwijs.nl

Website over Passend Onderwijs, speciaal voor ouders.

 

Criteria, o.a. bij de toelatingsprocedure/ individuele arrangementen zijn {zie 1.1} beschreven in ons ondersteuningsprofiel. {ter inzage na afspraak op school} De ondersteuningsbehoefte van een leerling kan zichtbaar worden in de leervorderingen, het sociaal-emotioneel, lichamelijk en psychisch functioneren, in werkhouding/ taakgerichtheid of gedrag.

Wij kunnen alleen een arrangement voor extra ondersteuning voor een leerling aanvragen als blijkt, dat uit ondersteuningsprofiel of uit onze dagelijkse werkpraktijk blijkt, dat wij {nog} niet in staat zijn deze extra ondersteuning te bieden. Dit zal altijd in nauw overleg met ouders gaan.

5.6. Cito-toetskalender

 

 

Maand:

 

sept

 

okt

 

nov

 

dec

 

jan

 

feb

 

mrt

 

apr

 

mei

 

juni

 

Ordenen gr.1 en 2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

M1,2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

E1,2

 

Rekenen voor kleuters

 

 

 

 

 

 

 

 

 

M1,2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

E1,2

 

Taal voor kleuters

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

M1,2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

E1,2

 

DMT (lezen)

gr 3 t/m 8

 

 

B4-B8

 

 

 

 

 

B3

 

 

 

 

M3-M7

 

 

 

 

 

E3-E4

 

 

 

 

Begrijpend lezen

gr 3 t/m 8

 

 

 

 

 

 

 

 

 

M4-M8

 

 

 

 

 

 

E3-4

 

 

SVS (spelling)

gr 3 t/m 8

 

 

 

 

 

 

 

 

 

M3-M8

 

 

 

 

 

 

 

 

 

E3-E7

 

Woordenschat

gr 3 en 4

 

 

 

 

 

M4

 

M3

 

 

 

 

 

 

 

E3-E4

 

 

 

 

 

Leeswoorden-schat

gr 5 t/m 8

 

 

 

 

 

M5-M8

 

 

 



 

 

 

 

 

E5-E7

 

 

 



 

Rekenen wisk.

Gr.3 t/m 8

 

 

 

 

 

 

 

 

 

M3- M8

 

 

 

 

 

 

 

 

 

E3-E7

 

Entree toets gr.7

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

Eindtoets gr.8

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

X

 

 

 

 

 

 

 

 

In groep 3 wordt tevens in januari het derde groepsonderzoek afgenomen.

In groep 5 wordt in het voorjaar het vijfde groepsonderzoek afgenomen.

 

Toelichting op de toetskalender en Cito-uitslagen

De letters staan voor B = Begin, M = Medio of midden en E = Eindtoets.

De cijfers verwijzen naar de groepen. (E1 = eindtoets groep 1, X = zie ouderkalender).

Door toetsing komen we te weten of de leerlingen alles wat ze geleerd hebben nog weten en ook begrepen hebben. Alle leerlingen van groep 8 worden getoetst (Cito-Eindtoets) om te bezien, welke vorm van voortgezet onderwijs voor elk kind afzonderlijk het beste is. De ouders van deze groep worden hierna, wanneer de uitslagen binnen zijn, in maart op school afzonderlijk uitgenodigd.

De Cito-uitslagen werden tot nu toe weergegeven met de letters 1 t/m 5 {Romeinse cijfers} met de verdeling 1=20%,2=20%,3=20%,4=20% en 5=20%. Gevolg is, dat een kind met een score van een lage 3 nu al onvoldoende is{vergeleken wordt met het landelijk gemiddelde}.

U krijgt bij het eerste en tweede rapport telkens een overzicht va de scores van uw kind{-eren}

 

Natuurlijk kijken wij niet alleen naar de uitslagen van de toetsen. Hoe uw kind dagelijks in de klas werkt, wordt ook nauwlettend bijgehouden, zodat we in een kort stadium ook al kunnen zien of alles goed begrepen is.

 

Om de ontwikkeling van de leerlingen goed in de gaten te houden, houden we een leerlingendossier bij. Hierin worden aantekeningen, brieven, verslagen en uitslagen bewaard die van belang zijn voor de schoolloopbaan van een kind.

5.7.De onderwijsresultaten:

 

Met regelmaat wordt er door het gehele team gekeken naar de resultaten van de groepen en van de school in totaal en brengen deze in beeld. Wij hebben ons duidelijk tot doel gesteld, dat we uit ieder kind halen, wat er in zit en leggen de “lat” behoorlijk hoog. We werken met de modernste methodes op vele vakgebieden en zetten sinds twee jaar extra in op lezen. Komend schooljaar gaan nu met de allernieuwste rekenmethode Wereld In Getallen werken, waarbij de verwachte resultaten hoog gespannen zijn. We werken steeds meer volgens het Direct Instructie Model { DIM}, waarbij ieder kind op maat instructie krijgt. Op de eindresultaten van onze schoolverlaters zijn dan ook terecht trots en laten over de afgelopen vijf jaar een bevestiging zien van onze doelstelling:

 

VWO

HAVO

VMBO-

Theoretisch

VMBO

Basis/Kader

Praktijk-

onderwijs

Gemiddelde

Cito Eindtoets:

2009

2

1

2

14

0

531,1

2010

3

2

4

13

0

530,0

2011

2

6

3

13

0

531,8

2012

2

4

8

7

0

533,4

2013

2

3

5

9

0

534,4

2014

1

1

4

7

0

535,4

 

5.8. Rapporten

 

Alle leerlingen krijgen 2x per jaar een rapport en een keer een tussenrapport. Tussentijds kunt u natuurlijk altijd een afspraak maken met de leerkracht van uw kind of de directie voor een gesprek over de vorderingen of het gedrag van uw kinderen. Het kan ook voorkomen, dat de gymnastiek- of groepsleerkracht u benaderen voor een gesprek. In het belang van uw kind(eren) verzoeken wij u met klem aan een dergelijk verzoek dan te voldoen. Samenwerking tussen ouders en leerkrachten levert immers de beste resultaten voor uw kind op! De twee rapporten worden altijd met u besproken op een gesprekmiddag/avond. Hiervoor ontvangt u thuis een uitnodiging. De rapporten worden beslist niet aan de kinderen zelf of nog niet- volwassen familieleden meegegeven. De leerlingen van groep 8 krijgen aan het eind van het achtste leerjaar, naast het rapport, ook nog een getuigschrift. Wanneer de rapportenmiddagen/avonden gehouden worden kunt u lezen in de ouderkalender.

 

5.9. Jeugdgezondheidszorg (schoolarts)

 

Kinderen maken in hun schooljaren een grote ontwikkeling door. Zowel lichamelijk, geestelijk als sociaal is het kind in de groei. Alle kinderen die in Den Haag wonen of er naar school gaan worden daarom op vaste momenten opgeroepen voor een onderzoek door Jeugdgezondheidszorg GGD Den Haag. Zo kunnen in een vroeg stadium bedreigingen voor een gezonde ontwikkeling opgespoord en eventueel passende maatregelen genomen worden.

 

De jeugdartsen, -verpleegkundigen en medisch teamassistenten van JGZ geven voorlichting en advies aan kinderen en iedereen die bij het opgroeien betrokken is. Zij zijn experts op het gebied van gezondheid, gedrag en leefomgeving en worden vaak nauw betrokken bij projecten op het gebied van bijvoorbeeld opvoedingsondersteuning, gezond gewicht, verzuimbegeleiding en alcohol roken en drugs.

JGZ zal gebruik maken van de adresgegevens uit de leerling-administratie van de school. Datum en tijdstip van het onderzoek stelt JGZ vast in overleg met de school.

Centrum voor jeugd en gezin Laak, Thijssestraat 42, 2521 ZE Den Haag

Telefoon 0800 - 2854070

5.9.1. Schooltandarts

 

Aanmelden gebeurt via school. Aanmeldingskaarten zijn op school te verkrijgen. Meer informatie hierover kunt u krijgen bij de directie. Er zijn 2 controles per jaar op school.

De eerste controle vindt plaats in september 2008 op het schooltandartsencentrum

Calandstraat 35 telefoon: 3805950.